Platform - wie is betrokken?
 

  1. Nieuwe handicap. Mensen die bij geboorte, na een ziekte of na een ongeval worden geconfronteerd met een handicap, waardoor ze niet zelfstandig een gewoon leven kunnen lijden. Hun naasten zoals ouders, partner, kinderen, familie, vrienden moeten een groot deel van hun leven inzetten om deze mensen met een handicap te ondersteunen, begeleiden, verzorgen. Zij beschikken meestal niet over de vaardigheden en materialen om deze taken voldoende op te nemen. Dikwijls proberen ze dat toch zo lang mogelijk, maar raken ze uitgeput: fysiek, mentaal of financieel. Hun inzet wordt niet overgenomen of ondersteund.

  1. Onaangepaste zorg. Mensen met een handicap die in een voorziening zijn opgenomen of van een bepaalde zorgvorm gebruik maken, maar waarvoor beter geschikte vormen bestaan. Zij krijgen onvoldoende ontplooiingskansen of hun vrijheid is onnodig beknot.

  1. Van kind naar volwassen. Mensen met een handicap die zijn opgenomen in een minderjarigenvoorziening en de volwassenenleeftijd bereiken. Zij kunnen niet zomaar overstappen naar een volwassenenvoorziening en worden naar huis gestuurd. Daar is dikwijls geen voldoende opvang (meer) mogelijk.

  1. Inclusie. Mensen met een handicap die in een voorziening zijn opgenomen, maar door persoonlijke vooruitgang aan stapsgewijze inclusie in het gewone leven toe zijn. Als zij de stap zetten naar inclusie en empowerment, kunnen ze hun plaats definitief verliezen. Als inclusie mislukt, kunnen ze niet terugkeren.

  1. PAB. Mensen met een handicap die zelf hun leven in de hand willen nemen, maar wel voor een aantal zaken afhankelijk zijn van een assistent. Zij moeten zelf vrijwilligers zoeken of begeleiders zelf betalen. Zij wachten op een persoonlijk assistentie budget (PAB) om dit te kunnen betalen.

  1. Begeleiding bij zelfstandigheid. Mensen met een handicap die grotendeels geïntegreerd zouden kunnen leven, maar daartoe nood hebben aan enige begeleiding, aangepaste activiteiten, een aangepaste werkplek. Zonder deze steun blijven zij afhankelijk en uitgesloten uit het gewone leven.

  1. Mantelzorgers. De naasten van mensen met een handicap hebben deze dikwijls jarenlang onbezoldigd begeleid of verzorgd en kunnen dit niet langer aan. Hun hulpvraag wordt niet gehoord of niet ernstig genomen.

  1. Voorzieningen uitbreiden. Voorzieningen die hun aanbod willen uitbreiden om meer mensen met een handicap te kunnen opnemen of begeleiden. Nu moeten zij meer aanvragen afwijzen dan ze kunnen aanvaarden omdat ze geen extra middelen krijgen. Pas als één van hun cliënten overlijdt of spontaan weg gaat, kunnen zij terug iemand opnemen. Zij wachten op middelen om initiatief te nemen.

  1. Professionele hulpverleners. Veel mensen kiezen voor een sociaal beroep. Zij willen aan de slag en er is werk, maar geen geld. Iedereen heeft baat bij meer tewerkstelling in de zorg.

  1. Verenigingen. Gebruikersverenigingen die één of meer van voornoemde groepen vertegenwoordigen. Zij willen niet tegen elkaar worden uitgespeeld. Zij willen elkaar niet beconcurreren, maar willen solidair voor ieder van hen de nodige middelen beschikbaar krijgen.

  1. Solidaire medemensen. Meer dan één procent van de mensen lijdt onder een handicap. Meer dan 0,3 procent van de Vlamingen staan als gehandicapte langdurig op wachtlijsten. Het kan niet anders dan dat een meerderheid van de bevolking een schrijnende situatie in zijn omgeving kent. Wie hier niet onbewogen bij blijft, hoeft niet machteloos toe te zien, maar kan actief helpen werken aan oplossingen via dit platform.


Keer terug